De Gedempte Zuiderdokken vanuit de lucht

maandag 25 februari 2008

Pleingevoelens

Honderden lichtvlekjes. Het zonlicht dat weerkaatst op de daken en ramen van de honderden auto’s die in het midden van het plein staan geparkeerd. Dit is dus de Waalse Kaai, de Vlaamse Kaai, de gedempte Zuiderdokken. Het geluid van de stad wordt ook effectief een beetje gedempt. Hoewel er een bijna constante stroom van verkeer en mensen is, klinken andere geluiden van de stad heel ver weg op een weekdag.

Dit heel anders dan een zondagnamiddag wanneer de zon schijnt. Dan begrijp je waarom dit plein “het kloppende hart van het Zuid” wordt genoemd. Het plein bruist. Vooral de speelpleintjes aan beide kanten van de Kaai blijken een succes. Kinderen leven zich uit en trekken op avontuur, terwijl de ouders, zittend op een bankje in de zon, de levendige verbeelding van hun kroost bewonderen, en hen voorzichtig in het oog houden.

Ik maak een wandelingetje om het plein, en merk het contrast tussen de Waalse en de Vlaamse Kaai. Typerend voor België, denk ik bij mezelf – het verschil tussen de twee kanten is voelbaar. De Waalse Kaai, met de terrasjes en horecazaken, lééft echt. De (vooral jongere) mensen genieten van het uitzonderlijke weer en elkaars gezelschap.

De watertoren aan het einde van die ene kant van het plein, aan de Gillisplaats, vormt een scharnierpunt: loop je eromheen, kom je op de Vlaamse Kaai. Hier, een heel andere ervaring: de chiquere designzaken en meubelwinkels zorgen ervoor dat deze kant van het plein meer volwassen oogt, ouder. Maar dan vraag ik me af of mijn indrukken van die contrasten meer te maken hebben met de stand van de zon. De Waalse Kaai baadt in het zonlicht, terwijl de Vlaamse Kaai zich verhult in de schaduw. Eén overeenkomst vind ik tussen de twee Kaaien: de mensen die er rondlopen stralen allemaal iets uit van m’as-tu-vu, een soort yuppieachtig charisma.

Een ander verschil tussen werkdagen en weekend, is het doel van de flanerende mensen. Kom je er in de week, zijn ze steeds ergens naar op weg, zij het naar hun werk of om een hapje te eten tijdens hun middagpauze. Weekendbezoekers lijken geen doel te hebben, ze slenteren maar wat rond en maken deel uit van het decor. Dit plein lijkt me ook niet meteen een plaats om te rusten, het is geen doel op zich. Het is eerder een doorgang, de route die je neemt wanneer je veel tijd hebt, op weg naar ergens anders. De straten rond het plein lijken wel vluchtwegen, aders die van en naar het hart weg- en toestromen. Die vluchtwegen brengen je naar het Justitiepaleis, het Museum van Schone Kunsten, de Schelde,…

De mp3-speler van een jonge kerel staat veel te luid waardoor het bezichtigen van het plein een achtergrondmuziekje krijgt. Of de harde beats welkom zijn en passen bij het plein, is natuurlijk een andere zaak. Dan zijn er de andere geluiden van het plein: de man met een zwaar Oost-Vlaams accent die op een bankje met zijn handen in zijn weinige haren zit en aan vrouwlief vertelt over allerlei problemen op het werk, de zachte tred van de sportschoenen van de sportieveling die tijdens zijn lunchpauze voorbij komt joggen, de stemmen van jongeren die van bovenop het Museum voor Hedendaagse Kunst naar beneden roepen, zodat hun vriend een foto kan nemen.

Er zijn ook veel niet-geluiden: de twee leerlingen die ’s middags stiekem en zwijgend genieten van een sigaretje en snel weer weg zijn, de oude man met zijn krant die eventjes geniet van de rust en ontsnapt is aan zijn lieve vrouw, en de dame die heel gestrest van een sigaar trekt. De rookwolk blijft mistig rond haar hoofd hangen, en lijkt de spanningen niet te helpen minderen.

Die dame staat dan recht en loopt richting Zuiderpershuis. Het wereldculturencentrum lijkt, wanneer gesloten, op een stukje moderne kunst dat is neergeplant tussen de huizen en andere gebouwen. Ik loop een beetje verder en bots op het statige Hof van Beroep. Het gebouw is aan de buitenkant zwart en wit geschilderd – zou dit een verwijzing zijn naar justitie en rechtvaardigheid? Mij lijkt het niet – dan zou de architect voor grijs moeten gekozen hebben.

Kom je op de gedempte Zuiderdokken terecht, kan je alle kanten uit. Overdag overheerst een gevoel van rust. Je bent dan misschien omringd door drukte, maar de Kaai biedt een oase in het midden van het Zuid. Maar ’s nachts maakt het zijn naam waar: dan is de Waalse Kaai pas écht het kloppende hart van het Zuid.

Geen opmerkingen: